Bodembeheer

Update #15: Nitraatweerbericht van mei 2026

19 mei 2026

In het kader van duurzamer en efficiënter stikstofgebruik heeft de LLTB het Nitraatweerbericht gelanceerd. Dit hulpmiddel ondersteunt boeren bij het optimaliseren van hun bemestingsstrategieën. Elke vier weken wordt een update van de bemonsteringen gegeven.

Update Nitraatweerbericht 2026

Dit is het vierde Nitraatweerbericht van 2026. We bekijken metingen tot begin mei 2026 en brengen de ontwikkeling van de minerale bodemstikstof in beeld. Deze keer zoomen we in op de wintergranen.

Weersomstandigheden
In april was er sprake van heel veel zonuren en weinig neerslag. Vooral Noord-Limburg was erg droog met maar 6-7 millimeter regen in april. In Zuid-Limburg is nog 20-25 millimeter regen gevallen. (Bron: Meteo Limburg)

De bodemtemperaturen zijn dan ook opgelopen en met voldoende vocht komt dan ook de mineralisatie op gang.

Resultaten referentiepercelen
Alle referentiepercelen zijn begin mei weer bemonsterd. Op veel percelen is bemest en zijn de gewassen gezaaid en gepoot. Het effect van bemesting en de mineralisatie die op gang gekomen is, is dan ook terug te zien. Bij teelt op ruggen warmt de bodem sneller op wat ook terug te zien is in de metingen.

Over het algemeen is het beeld dat we bij de verschillende gewassen zien vergelijkbaar met vorig jaar in deze periode.

We zoomen verder in op de wintertarwe omdat in deze periode de tweede kunstmestgift gegeven is of zal worden.

De wintertarwe is in het algemeen goed uitgestoeld met voldoende stengels per vierkante meter. Alles goed voor een goede productie! De kleur van het gewas is goed wat wijst op een goede mineralenopname door de plant.

Op de eerste percelen is de fase van stengelstrekking (Feekes 6-10 / BBCH 30-49) bijna afgerond en is het vlagblad al zichtbaar. We gaan nu naar een belangrijke fase voor de mineralenvoorziening bij wintertarwe:

Feekes 6-10 (Stengelstrekking tot kopschieten): De periode van de hoogste stikstofopname. Het gewas neemt in korte tijd grote hoeveelheden op om biomassa te produceren. De tweede stikstofgift moet worden afgestemd op de verwachte opbrengst.

Feekes 10.5-11 (Bloei tot afrijping): De stikstofopname loopt terug. De focus verschuift naar het verplaatsen van de opgenomen N vanuit de bladeren naar de korrel (eiwitvorming).

Figuur 1: groeistadia in beeld gebracht

De landbouwkundige stikstofbehoefte van wintertarwe is 250 kg N/ha bij 10 ton korrelopbrengst. De stikstofgebruiksruimte op löss is 152 kg N/ha en voor zand zuid 128 kg N/ha. Als de gebruiksnorm limiterend is, moet het gewas tussen de 100 en 200 kg N/ha uit de bodem op kunnen nemen. Op diep doorwortelbare gronden zoals löss zal dat gemakkelijker gaan dan op zandgronden.

Uit de metingen blijkt dat de tarwe veel N heeft opgenomen. De voorraad van half maart (incluis bemesting) is bijna op alle percelen opgesoupeerd. 

Waarschijnlijk houdt de tarwe de mineralisatie bij. Het gewas neemt alle vrijkomende stikstof meteen op. Het kan ook zijn dat de bodem wat moeite heeft om door mineralisatie de behoefte goed aan te vullen.

Geadviseerd wordt om bij de tweede gift de resterende gebruiksruimte van het gewas te geven en geen derde gift meer in te plannen of deze alleen via een bladbemesting te geven.

Hieronder zijn de resultaten van de referentiepercelen met granen weergegeven. Perceel 1 Ven Zelderheide betreft een zomergraan.

Voor de meetresultaten van alle gewassen/percelen, klik op deze link.

Verwachting
Momenteel is het koud en nat. Daarna wordt een periode met warmer en stabieler weer voorspeld. Mineralisatie zal dan weer verder doorzetten en de gewassen kunnen rustiger doorgroeien. Zoals al eerder aangegeven: bij twijfel over uit te voeren bemestingen neem een monster en/of raadpleeg je adviseur.

Deze kennisdeling wordt mogelijk gemaakt door de DAW Impulsregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Alle updates van het Nitraatweerbericht worden ook gepubliceerd op de site www.lltb.nl/nitraatweerbericht.

 

Pagina delen