Update #13: Nitraatweerbericht van maart 2026
25 mrt 2026
In het kader van duurzamer en efficiënter stikstofgebruik heeft de LLTB het Nitraatweerbericht gelanceerd. Dit hulpmiddel ondersteunt boeren bij het optimaliseren van hun bemestingsstrategieën. Elke vier weken wordt een update van de bemonsteringen gegeven.
Dit is het tweede nitraatweerbericht van 2026. Hierin kijken we terug naar de laatste metingen van 9 maart 2026. Er wordt in beeld gebracht wat de ontwikkeling was van de minerale bodemstikstof in de periode februari tot begin maart 2026.
Weersomstandigheden
Februari 2026 was, zeker in vergelijking met de jaren daarvoor, een zachte maand met veel zon. Behalve in het weekend van carnaval, waar de temperaturen nog een keer onder het vriespunt doken, was februari 2026 zachter dan andere jaren. Vooral in de week van 21 tot 28 februari stegen de temperaturen overdag tot meer dan 15 graden. Behalve zacht was er ook veel zon. Zuid-Limburg was met 90 zonuren de zonnigste regio van Nederland en ook Noord-Limburg haalde het gemiddelde aantal zonuren.
Deze winter geldt nog steeds als de droogste sinds 2017. Ook de maand februari heeft dit niet veranderd, ondanks dat er in Zuid-Limburg de meeste neerslag is gevallen in vergelijking met de rest van Nederland. In de regio Epen Vaals werd 130 millimeter neerslag gemeten. (Bron: Meteo-Limburg).
Duidelijk is dat de natuur ontwaakt is. Knoppen ontwikkelen zich al in de fruitbomen en op verschillende wintergraanpercelen is de uitstoeling klaar en komt doorschieten eraan.
Bij deze bovengrondse ontwikkelingen mag je verwachten dat ook de bodem en bodembiologie actief gaan worden. Mineralisatie komt op gang voor diverse voedingsstoffen. Daarvan meten we de minerale stikstof. Mate van mineralisatie hangt af van de bodemtemperatuur en de vochtigheid. De minerale stikstof die we meten komt deels uit bemesting en deels uit mineralisatie door het bodemleven.
Resultaten referentiepercelen
Overeenkomstig met de hierboven beschreven weersomstandigheden was bij de wintergewassen in de tweede helft van februari een eerste groei zichtbaar. Daarvoor werd door de gewassen nauwelijks stikstof (N) opgenomen. De referentiepercelen zijn begin maart bemonsterd. De resultaten zijn te zien in de figuren onderaan dit bericht.
Een eerste bemesting heeft op sommige referentiepercelen al plaatsgevonden. Waar werd bijbemest, is dit ook in de Nmin-waarden terug te zien, bijvoorbeeld op de percelen 16, 22 en 23, waar een stijging van de Nmin-waarde onder de 10 kg/ha begin februari naar waardes van resp. 80kg/ha, 90kg/ha en 60 kg/ha werd vastgesteld. Dit correspondeert met de uitgevoerde bemesting op deze percelen. Wintergranen hebben in het vroege voorjaar een vrij grote stikstofbehoefte om een goede uitstoeling en hergroei te realiseren. In de laag 0-30 cm is een voorraad van 80-100 kg N/ha gewenst in deze fase.
De hoogste gemeten Nmin-waarde op een perceel zonder bemesting werd vastgesteld in Echt-Susteren met 95 kg/ha ten opzichte van 45 kg/ha in februari. Hoewel daar sinds het laatste hoofdgewas prei geen bemesting meer heeft plaatsgevonden zijn er 45-50 kg/ha N beschikbaar gekomen. Dat is een erg hoge mineralisatie voor deze periode van het jaar. Zelfs als in ogenschouw wordt genomen dat gewasresten van het laat geoogste preigewas mogelijk aan het mineraliseren zijn.
De overige referentiepercelen laten een normaal beeld zien voor de tijd van het jaar.
Op dit moment zijn de omstandigheden voor mineralisatie volop aanwezig. Voor jou als teler is het van belang om de balans tussen bemesting en mineralisatie goed in de gaten te houden: wat de bodem levert hoeft niet bijbemest te worden. Zeker met de huidige kunstmestprijzen zeker niet onbelangrijk.
Het Nitraatweerbericht kan helpen om een beeld te krijgen van de snelheid van mineralisatie en de verschillen tussen jaren. Voor de verschillende gewaspercelen zijn de gemeten waarden hoger dan vorig jaar.
Om zeker te weten welke situatie zich voordoet op jouw eigen percelen is het noodzakelijk om voor de teelt een Nmin-monster te laten nemen. Laat in ieder geval de laag 0-30 centimeter bemonsteren, voor dieper wortelende gewassen is de laag 0-60 centimeter aan te raden. Uiteraard alleen als de bodem deze diepere beworteling toelaat. Is er al dierlijke mest toegediend dan moet er minimaal 6 weken gewacht worden voordat een goed monster genomen kan worden.
Geef de stikstof in deelgiften en probeer de mineralisatie in te schatten vanuit het Nitraatweerbericht of een meting. Beoordeling van de stand van het gewas is een must.
Een andere mogelijkheid is om een stikstofvenster aan te leggen. Probeer een deel (10-20 meter) van het perceel 20 procent lager te doseren. Dit geeft een goed beeld waar je qua bemesting zit: te veel, te weinig of precies goed.
Na de komende meting in april kunnen we een betere inschatting van de mineralisatie geven.



Bovenstaande grafieken zijn een selectie van de totale set. De andere grafieken zijn te raadplegen via deze link.
Deze kennisdeling wordt mogelijk gemaakt door de DAW Impulsregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Alle updates van het Nitraatweerbericht worden ook gepubliceerd op de site www.lltb.nl/nitraatweerbericht.