Het ministerie van LNV heeft een overzicht gemaakt van de meest gestelde vragen met antwoorden over de verhoging van het afromingspercentage fosfaatrechten.
Het ministerie heeft LTO-vakgroep Melkveehouderij gevraagd of deze vragen en antwoorden gedeeld kunnen worden met onze leden. Daar hebben wij mee ingestemd omdat we menen dat dit belangrijke informatie is voor melkveehouders en hun verder kan helpen in de bedrijfsvoering. Voor vragen of opmerkingen over de inhoud van deze teksten, verwijzen we naar de RVO.
Q: Wanneer wordt het afromingspercentage van 10 naar 20 procent verhoogd?
- De wet is op 13 juni 2019 in werking getreden.
- Rechten die al zijn afgeroomd en nog worden afgeroomd komen te vervallen. Wanneer het aantal rechten weer onder het sectorplafond komt, wordt het afromingspercentage teruggebracht naar 10 procent. Dit zal in ieder geval niet eerder zijn dan in 2020.
- Indien blijkt dat het afromingspercentage van 20 procent onvoldoende zoden aan de dijk zet zal minister Schouten met een nieuw wetsvoorstel komen om dit afromingspercentage in het najaar van 2019 nog verder te verhogen.
Q: Waarom had de invoering van het wetsvoorstel zoveel haast?
- Vanuit de Europese Commissie heeft Nederland de opdracht gekregen om de hoeveelheid fosfaatrechten dit jaar nog onder het sectorplafond te krijgen.
- Om een generieke korting te vermijden kiest minister Schouten ervoor om het afromingspercentage te verhogen naar 20 procent.
- Dit moet ervoor zorgen dat het aantal fosfaatrechten zo spoedig mogelijk tot onder het plafond komt te liggen.
Q: Waarom kiest minister Schouten niet voor een generieke korting?
- Minister Schouten kiest voor een tijdelijke verhoging van het afromingspercentage van 10 naar 20 procent om ervoor te zorgen dat niet alle niet-grondgebonden boeren fosfaatrechten moeten inleveren. Ongeveer de helft van de melkveehouders in Nederland zijn niet-grondgebonden.
- Ook zorgt de verhoging van het afromingspercentage voor een meer geleidelijke reductie. Elk jaar komen er rechten op de markt van boeren die stoppen of minder dieren gaan houden. Deze boeren kunnen hun onbenutte fosfaatrechten verkopen, daarvan komt nu een deel (20 procent) te vervallen.
Q: De fosfaatrechten uit de fosfaatbank waren bestemd voor grondgebonden boeren. Waarom worden deze nu geschrapt, en heeft dit consequenties voor grondgebonden boeren die de overstap willen maken naar kringlooplandbouw?
- Dit heeft voor hen geen gevolgen. De overstap naar kringlooplandbouw vereist namelijk geen groei van de veestapel of productie.
- Ook zijn grondgebonden boeren vrijgesteld van de eerdere korting van 8,3 procent voor niet-grondgebonden boeren. Wanneer grondgebonden ondernemers nog dezelfde productie hebben als tijdens de peildatum van 2 juli 2015, dan beschikken zij over voldoende rechten.
Q: Doordat het ministerie fosfaatrechten aan de ‘verkeerde’ groep (vleesveehouders) toegekend heeft, moeten melkveehouders boeten?
- Ook zonder de fosfaatrechten voor jongvee in de vleesveehouderij zit de hoeveelheid fosfaatrechten binnen de melkveehouderij boven het plafond van 84,9 miljoen kilogram. Op dit moment is zo’n 85,3 miljoen kilogram fosfaatrechten toegekend aan de melkveehouderij.
- Verder zet het ministerie van LNV zich in Brussel in, zodat dat de (extra) toegekende rechten aan vleesvee niet vallen onder het plafond van de melkveehouderij.
Q: Hoe staat het met de openstaande bezwaarschriften?
- Voor het fosfaatreductieplan zijn van de 11.397 al 10.436 bezwaren afgehandeld. Er staan nu 961 bezwaren open, waarvan bepaald moet worden of sprake is van een individuele disproportionele last.
- Voor het fosfaatrechtenstelsel zijn zo’n 8.565 bezwaren ingediend. Daarvan zijn er 6.601 afgehandeld. Van de 1.964 openstaande bezwaren vergt de helft een beoordeling of sprake is van een individuele proportionele last. De overige bezwarenkomen vanuit de vleesveesector.
- De aanvragen voor de knelgevallenregeling zijn bijna allemaal beoordeeld. Van 2.804 bezwaren staan er nog 8 open. 663 aanvragen zijn geheel of gedeeltelijk toegekend.
- Er wordt door de RVO hard gewerkt om de laatste bezwaren rondom het fosfaatrechtenstelsel zo spoedig mogelijk af te handelen.
Q: Wat gaat het hogere afromingspercentage doen voor de handel in fosfaatrechten?
- De verhoging van het afromingspercentage kan weliswaar de handel in fosfaatrechten minder aantrekkelijk maken maar deze maatregel zal er naar verwachting niet toe leiden dat significant minder fosfaatrechten worden verhandeld dan zonder deze maatregel het geval zal zijn geweest.
- Een boer die al wilde stoppen zal door de verhoging niet plots doorgaan met zijn/haar bedrijfsvoering. De redenen om te stoppen blijven immers hetzelfde. Door de waarde van fosfaatrechten zal hij/zij ervoor kiezen om de rechten niet onbenut te laten.
- Tegelijkertijd blijft de vraag naar rechten ook bestaan. Elk jaar moeten boeren hun mestboekhouding sluitend maken. Het aanschaffen van fosfaatrechten kan daarom niet worden uitgesteld tot een volgend jaar.
Q: Wat zijn de financiële gevolgen van een verhoging van het afromingspercentage voor de betrokken melkveehouders?
- Mogelijk stijgt de marktprijs van fosfaatrechten. Via marktwerking zal deze verhoging worden begrensd, omdat boeren in staat moeten zijn om hun investering terug te kunnen verdienen.
- Wij verwachten dat dit financiële effect beperkt zal blijven en wordt gedeeld door ‘verkoper’ en ‘koper’. Ook is de verwachting dat het wetsvoorstel niet tot buitensporige individuele lasten zal leiden.
- Alleen voor boeren die vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet niet over voldoende fosfaatrechten beschikt – en dus moet bijkopen – zal het mogelijk nadelig uit kunnen pakken. Dit is echter ook deels ondernemersrisico. Een boer die melkvee houdt zonder de benodigde hoeveelheid fosfaatrechten weet dat hij/zij ergens in het jaar zal moeten bijkopen en dat de prijs van rechten kunnen fluctueren.
Q: Is dit een verkapte manier om de veestapel te verkleinen?
- De tijdelijke verhoging van het afromingspercentage heeft als doel om het aantal fosfaatrechten te reduceren.
- De Europese Commissie vindt dat de hoeveelheid fosfaatrechten dit jaar nog moet worden verlaagd naar het plafond van 84,9 miljoen kilogram. Zij zijn namelijk van mening dat de huidige overschrijding in strijd is met de staatssteunbeschikking, wat een risico is voor de derogatie.
- Indien het aantal fosfaatrechten tot onder het sectorplafond is teruggebracht kunnen de rechten die vanaf dan worden afgeroomd worden benut via de fosfaatbank.
- Ook is het mogelijk om de excretieforfaits te actualiseren zonder dat dit leidt tot een overschrijding van het fosfaat- en/of stikstofplafond.
Q: Wat zijn de gevolgen van de uitspraak van het CBb over de Beleidsregel fosfaatrechten?
- Het CBb heeft geoordeeld dat de nadere uitleg die de beleidsregel geeft een beperking is van het begrip melkvee zoals dat is opgenomen in de Meststoffenwet (Msw). Volgens het CBb kan ook jongvee ouder dan één jaar, dat niet bestemd is om een kalf te krijgen, melkvee zijn in de zin van de Msw.
- Deze uitspraak heeft tot gevolg dat in totaal circa 300.000 kilogram fosfaatrechten extra moet worden toegekend aan vleesveehouders.
- Daarnaast heeft deze uitspraak tot gevolg dat opnieuw onduidelijk is welk jongvee onder het begrip melkvee valt zoals opgenomen in de Meststoffenwet.
- Minister Schouten wil de Meststoffenwet met spoed aanpassen zodat deze overeenkomt met de beleidsregel. Deze aanpassing zal er voor zorgen dat na inwerkingtreding de reikwijdte van het fosfaatrechtenstelsel duidelijk is.
Dit is een bericht van LTO Nederland voor de sectorgroep Melkveehouderij.