Afgelopen week liep ik langs enkele locaties op ons bedrijf met planten die binnenkort mogelijk niet meer geteeld en verhandeld mogen worden. De zogenaamde invasieve exoten.
Natuurlijk wist ik dat de discussie binnen de waterplantenwereld hieromtrent al een aantal jaren loopt. Er is al in het verleden op dit terrein een convenant afgesloten, wat goed werkt. Uiteraard vind ik het een goede zaak, dat planten die een gevaar betekenen voor de omgeving, uit de handel worden genomen. Maar welke criteria gelden bij de benoeming van een plant als invasieve exoot?
Wie is bij het opstellen van de lijst betrokken? Wie kan invloed op de lijst uitoefenen? Wanneer gaat het verbod op het telen en verhandelen van de genoemde invasieve exoten in? Het blijkt dat er planten op de lijst van invasieve exoten kunnen komen die juist in de biologische landbouw van groot belang zijn (lupine), die in de tuinplantenwereld bijzonder zijn (Gunnera manicata), of die indertijd niet als risicovolle waterplant werden gezien en nu ineens wel (Lagarosiphon major, Eichhornia crassipes). Het blijkt dat niet alleen ik, maar ook de LTO-vakgroep en het Ministerie van EZ volledig verrast werden door deze lijsten. Hoe kan dat? Er is veel inzet nodig om duidelijk te krijgen wat het effect van een eventueel verbod is. Er is niemand die een goed overzicht heeft van de omvang van teelt en afzet van diverse tuinplanten. Daar gaan we nu per direct aan werken.
Een goede werkende Europese Unie is van zeer groot belang voor Nederland in het algemeen en onze vaste plantensector in het bijzonder. Maar, bij een goed werkende overheid hoort ook heldere en transparante communicatie over voorgenomen beleid. Zelfs als dit onze kleine sector betreft. Is er een politicus, betrokken bij de Europese Unie die dit leest en invloed kan uitoefenen?
Aad Vollebregt,
Voorzitter cultuurgroep vaste planten.