Voorheen haalde Wil Schrijnwerkers veel gras en hooi van zijn vruchtbare grond in de Lus van Linne aan de Maas. Nu het gebied is aangewezen als foerageergebied voor ganzen is dat minder. Maar ganzen zijn ook mooi, ondervindt de melkveehouder
Van oudsher zitten er veel ganzen op het weiland van Wil Schrijnwerkers in de Lus van Linne, een stevige kronkel in de Maas. Toen de provincie Limburg het gebied aanwees als foerageergebied, en er een financiële vergoeding tegenoverstelde, hoefde de melkveehouder uit Horn niet lang na te denken. “De vergoeding is afgestemd op de gederfde inkomsten, dus dat is goed geregeld. En wat betreft bemesten en onkruidbestrijding hoef ik geen extra maatregelen te treffen.”
Ganzenseizoen
Het ganzenseizoen begint in november. Als het in Scandinavië koud wordt, trekken de ganzen naar het zuiden, naar warmer gebied. Wat ze zoeken is grasweiden nabij het water. De 200 hectare in de Lus van Linne is voor hen een ideale plek. Zo’n tweeduizend dieren overwinteren er. In piektijden zijn het er vierduizend, weet Wil. In februari vertrekt de helft weer naar het noorden. De andere overzomeren en broeden in het aanwezige struweel.
“Het is een ideaal gebied voor ganzen”, zegt Wil. “Het struweel biedt veel bescherming tijdens het broeden en is ook voor de jongen een uitstekende schuilplaats.” Als de jongen wat ouder zijn leveren de weilanden veel sappig gras zodat de kroest – een gans krijgt twee tot zes jongen – zich prima ontwikkelt. En als de graanoogst in de zomer op gang komt, verspreiden de ganzen zich over een groter gebied en doen zich te goed aan de restanten van de oogst.
Koeien of ganzen? Het vreetgedrag van de ganzen zorgt er voor dat Wil alleen in de zomer wat jongvee in het weiland kan laten grazen. Voor maaien en hooien is er onvoldoende gras over. Op de vraag of Wil het liefst koeien of ganzen op zijn weiland ziet, kan hij moeilijk een antwoord geven. “Kijk, ik ben boer. Het liefst zie ik daar volop koeien lopen. Maar ganzen met wat jongvee in de wei is ook mooi. En omdat de vergoeding heel reëel is, kan ik er goed mee leven.”
Om het gebied voor natuurliefhebbers aangenamer te maken, heeft de melkveehouder een wandelpoort gemaakt aan het begin van zijn perceel. “Voorheen beschadigden de bezoekers nog wel eens de afrastering en brak het jongvee uit de wei. Nu kunnen de natuurliefhebbers het gebied bezoeken en blijven de dieren mooi in de weilanden.”