Over Wildschade
Het afwisselende Limburgse cultuurlandschap is ontstaan door eeuwenlang agrarisch grondgebruik. Boeren en tuinders hebben zorg voor hun omgeving, de dieren en de planten. De LLTB is betrokken bij tal van projecten en pilots om de natuur een handje te helpen. Zoals het verbeteren van het leefgebied van de bever, de korenwolf en de hamster. Of het weer laten meanderen van beken. Veel agrarische ondernemers combineren hun bedrijf ook met natuur- en landschapsbeheer.
De terechte aandacht voor de soortenrijkdom heeft ook schaduwkanten. Sommige diersoorten, zoals ganzen, kraaiachtigen en wilde zwijnen gedijen zo goed dat ze soms aanzienlijke schade aan landbouwgewassen toebrengen. Op de valreep heeft de LLTB een plan van Staatsbosbeheer kunnen tegenhouden om in Limburg ook nog eens edelherten in de vrije wildbaan los te laten.
Voordat de grondeigenaar een -overigens te beperkte- schadevergoeding kan claimen bij het Faunafonds, moet hij eerst aantonen dat hij er alles aan heeft gedaan om schade te voorkomen. Maar tegelijkertijd zijn de mogelijkheden daartoe zeer beperkt. Het plaatsen van gekleurde linten blijkt niet zo’n afschrikkende werking te hebben op een hongerige Nijlgans.
De LLTB raadt grondeigenaren die voor het eerst faunaschade bij het Faunafonds willen melden, contact op te nemen met de LLTB infolijn. Een medewerker kan u helpen bij het juist invullen van het formulier. Daarnaast kan deze u advies geven over de procedure waaronder de te nemen maatregelen ter voorkoming voor schade, dit om in aanmerking te komen voor de vergoeding.
Voor succesvol faunabeleid is de medewerking van de agrarische sector onmisbaar. Dat draagvlak is nu in het geding.